| maandag, 31 januari 2011 |
| VWS Beleidsbrief palliatieve zorg verschenen |
|
Op 13 januari heeft staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner de nieuwe beleidsbrief palliatieve zorg naar de Tweede Kamer gestuurd. De titel ‘Verankering van palliatieve zorg in de praktijk’ laat al zien dat de staatssecretaris voortbouwt op het beleid van haar voorgangster. In de gekozen uitgangspunten wordt voor het eerst de term gemeenschapszorg gebruikt en wordt benadrukt dat het systeem van zorg wordt opgebouwd vanuit de patiënt als mens en als onderdeel van een natuurlijk sociaal systeem. Beroepskrachten en vrijwilligers ondersteunen de patiënt en diens naasten. Verder bouwen de uitgangspunten voort op wat er in Nederland in de afgelopen jaren is opgebouwd met als boodschap dat wat er ontwikkeld is, meer in de praktijk ingevoerd moet worden. De rol van de vrijwilligers komt in de zijlijn aan de orde met als belangrijke zin “ook voor de vrijwilliger is van belang dat hij goed geschoold is”. Dit sluit goed aan bij het nieuwe meerjarenbeleidsplan van VPTZ ‘Over grenzen heen’. Verder is er erg veel aandacht voor de beroepsmatige zorg en wordt er als het gaat om kwaliteit vooral gewezen op richtlijnen, protocollen, zorgplannen, kwaliteitsindicatoren en zorgstandaarden. Hiermee lijkt de kwaliteit van de relatie onder te sneeuwen onder de voorschriften. Daarnaast is er veel aandacht voor de afstemming tussen de ondersteuningsinstellingen (Agora, IKC’s en Netwerken palliatieve zorg). In een tekst van goed 10 pagina’s gaat het 2,5 pagina over deze afstemming. Dit lijkt in tegenspraak met het uitgangspunt dat geformuleerd is over het belang van de eigen regie van de patiënt en het eigen sociale systeem. Positief is dat het beschikbare budget, ook voor de Subsidieregeling palliatieve zorg waar de VPTZ-lidorganisaties gebruik van maken, ongemoeid blijft zoals in de laatste alinea van deze brief te lezen valt. VPTZ Nederland zal haar commentaar op de beleidsbrief aan het Ministerie en de Tweede Kamer zenden. De volledige beleidsbrief vindt u op de website van het Ministerie van VWS. |
